Bickel Krabbé voelt de klok tikken nu zijn vader Martijn stervende is
Bel Ké — de naam klinkt nog pril, maar hij draagt het soort erfenis dat je niet even van je afschudt: zoon van Martijn, de presentator die jarenlang iedereen in zijn ban hield met zijn warme stem en programma’s.
Maar nu, terwijl Bikkel in stilte bouwt aan zijn eerste album, hangt er iets zwaars boven zijn verhaal — iets wat geen melodie in majeur kan verbergen: het onvermijdelijke afscheid dat langzaam dichterbij sluipt.
Want terwijl Bikkel in een interview met RTL Boulevard praat over akkoordenschema’s en de soms verrassend rake opmerkingen van zijn kleine broer Achilles — “ik zou het zo of zo doen” — klinkt er een ondertoon van haast.
Alsof elk refrein dat hij schrijft ook een manier is om iets vast te leggen voordat het verdwijnt.
En ja, hij zegt het luchtig: “Waar bemoei je je mee, Achilles?”
Maar hij luistert wel, en dat zegt genoeg.
Zijn vader, Martijn Kabé, is ongeneeslijk ziek. En dan ineens krijgt alles wat Bikkel vertelt een andere lading. Die ene opmerking — “Mijn vader vond het top” — voelt niet meer als zomaar een trotse zoon, maar als een man die elke goedkeuring van zijn vader koestert alsof het de laatste zou kunnen zijn.
Bikkel is niet bezig met glitter en roem. Hij wil muziek maken die raakt,
die blijft hangen — langer dan hij zelf met zijn vader heeft.
En toch blijft de toon luchtig. Hij lacht, hij plaagt zijn broer, hij vertelt over de familietrip naar India alsof het gewoon een bijzonder uitje is: “Mijn vader is daar al eens geweest. Voor ons is het de eerste keer.”
Maar de lezer weet beter: gewone reis? Dit is een afscheid dat in stilte voorbereid wordt.
En daarin zit het hartverscheurende contrast: een jonge artiest die opbloeit terwijl zijn grootste fan langzaam dooft. Een zoon die de wereld wil veroveren terwijl thuis de tijd schaars wordt.
“Ik heb nu meer waardering voor momenten met mijn vader.”
Het is een zin die blijft hangen — tussen de regels, in de ademruimte van een lied.




