Zoon Peter R. de Vries psychisch ingestort: ‘Hij is zichzelf niet meer, zegt zijn vrouw’
Op papier is Royce de Vries nog altijd die keurige strafpleiter met het nette pak en het rechte pad.
Maar wie goed kijkt, ziet een andere man.
Een man die niet meer lacht zoals vroeger, die zijn blik niet meer losjes door de kamer laat dwalen, maar strak, scherp, en met een muur om zich heen.
De moord op zijn vader, Peter R. de Vries, heeft van hem geen slachtoffer gemaakt, maar een stille storm — en die storm raast nog steeds.
In een openhartig gesprek met FunX-DJ Fernando Halman geeft Royce ongefilterde inkijk in zijn innerlijke strijd.
De man die ooit bekend stond als zachtaardig en diplomatiek, erkent nu zelf: “Ik keer me vaker in mezelf en ik ben bozer geworden.”
“Vroeger was ik helemaal nooit boos, maar ik kan nu echt op mijn strepen staan.”
Het klinkt als een waarschuwing.
Zijn vrouw — normaal gesproken de rustige rots in zijn bestaan — ziet het ook:
“Als je het aan mijn vrouw zou vragen, zou ze zeggen dat het me veranderd heeft.”
En die geeft haar geen ongelijk.
Hij dwaalt af in gesprekken, zit gevangen in gedachten die alleen hij begrijpt.
“Ik weet niet of ik er leuker op ben geworden, zeg maar. Dat denk ik niet.”
Want laten we eerlijk zijn:
Wie verliest zijn vader op klaarlichte dag, voor het oog van het hele land, en blijft daar ongeschonden bij?
Het verlies van Peter R. is geen afgesloten hoofdstuk, maar een doorlopend dossier dat elke maand weer opengekrapt wordt.
De moordenaar mag dan in de cel zitten — de pijn zit in Royce’ ribbenkast, en daar komt geen advocaat bij.
“Het is alsnog niet makkelijk om met mij te leven in deze situatie.”
Prioriteiten zijn verschoven, zegt hij eerlijk. Zijn innerlijke kompas is gekanteld.
Liefde, vriendschap, werk — het past niet meer zoals het ooit paste.
En terwijl hij probeert te balanceren op het slappe koord van herinnering en rechtvaardigheid, dendert het justitiële circus gewoon door.
De ene verdachte na de andere — nu zelfs op Curaçao, een eiland waar anderen naartoe gaan voor cocktails en zonsondergangen, maar waar Royce een nieuw hoofdstuk in het horrorboek van zijn leven vond.
Dat dit verhaal nog lang niet voorbij is, beseft hij met de keelheid van iemand die het kwaad recht in de ogen heeft gekeken: “Ik heb toch maar geaccepteerd dat dit misschien nog wel de komende 15 jaar gaat gebeuren.”
Royce is geen gebroken man. Maar wie hem echt ziet, weet: de lach op zijn gezicht is geen vrolijkheid meer,
maar verzet.
En misschien — heel misschien — zit daar nog altijd een stukje van zijn vader achter.




